Hof Amsterdam 17 december 2009 (email bezwaarschrift), LJN **BK7701**

E-mail van belanghebbende van 14 april 2004 is volgens partijen een bezwaarschrift als bedoeld in artikel 6:5 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) (NB bezwaar was aangetekend voordat de Wet elektronisch bestuurlijk verkeer in werking was getreden). De eerste vraag die het Hof moet beantwoorden is of partijen er terecht vanuit gaan dat een e-mail een bezwaarschrift in de zin van genoemde wetsbepaling uit de Awb kan zijn.
Indien ervan uitgegaan wordt dat het mailbericht een schriftelijke vastlegging vormt van de bezwaren van belanghebbende tegen de opgelegde aanslag, bevat dat bezwaarschrift geen handtekening en de heffingsambtenaar had belanghebbende dan ook niet-ontvankelijk kunnen verklaren. In dat geval had de heffingsambtenaar belanghebbende wel eerst moeten wijzen op het niet voldaan zijn aan de wettelijke vereisten.
Bij het ontvangstbericht heeft een medewerker van de Dienst Belastingen expliciet aangegeven dat een uitspraak zou komen op het bezwaar van belanghebbende en kennelijk bestond bij deze dienst geen twijfel over de authenticiteit van het mailbericht. Gelet op deze omstandigheden mocht de heffingsambtenaar het mailbericht dan ook aanmerken als bezwaarschrift en heeft hij uitspraak kunnen doen op het bezwaar.